|




| |
| |
Lichteiland Goeree,
ik kom wel, maar iets later!
Verslag van een TKBN zeekamp
Ad Moerman
Zomer 2005
|
Een lesje in bescheidenheid. Zo valt mijn
deelname aan het voorjaarszeekamp 2005 van de TKBN het beste samen te
vatten.
Als beginnend zeevaarder, maar als goed getrainde kanovaarder op de
rivieren, dacht ik dat ik mijn mannetje wel stond.
Temeer daar ik op 18 april nog zonder problemen van Stellendam naar
Springersdiep was gevaren; volgens de leiding een ‘zware grensverleggende
tocht’ vanwege veel golven en het door de ijzig koude mist zeer slechte
zicht. Op de eerste zaterdag van het zeekamp ben ik echter tegen mijn
huidige grenzen aangevaren. Een leerzame dag.
Tevoren had ik bedacht in de ZV-opleidingsgroep te willen meedoen. Ter
zeekamp werd dit de ZV-plus groep. De opleidingsgroep zat te vol en Arie en
Peter Grobee dachten dat ik ook de plus-groep wel aan zou kunnen. Wie ben ik
om deze mensen tegen te spreken. Zelf had ik nog geen flauw idee waar mijn
grens zou liggen.
De ZV-plus groep ging van Springersdiep naar Neeltje Jans varen. Pakweg 32
kilometer, wind en uiteraard ook de stroming mee.
Windkracht vier/vijf met misschien uitschieters naar zes. Alles klopte tot
de late lunchpauze in een strandtent aan de voet van de vuurtoren van
Westerschouwen. Buitengaats golfde het zoals ik nog nooit in een kano had
gezien, maar de Sirius liep er als een mes door de roomboter heen. Makkie.
Ook voor de wind naar de strandtent ‘no problems’. Die kwamen pas later.
Na de lunch ging het verder zuidwaarts. De kano kwam af en toe in een surf.
Heerlijk. Niets aan de hand. Pas toen we pal west van de Oosterscheldekering
kwamen begonnen de moeilijkheden. De wind was aangewakkerd, golven werden
hoger en regelmatig hoorde je zo’n brekende golf van achter komen. Volgens
de theorieboekjes praat je dan van windkracht zes en is er sprake van een
‘aanschietende zee’.
Volgens de vuurtoren Ouddorp stond er zelfs een poosje windkracht zeven.
En jawel hoor daar ging ik. Eskimoteren, gaat normaliter op de rivier nooit
mis, lukte niet. Bij de x-redding liet ik de boot even los en weg was hij.
Met vereende krachten toch weer in de boot geklauterd. Nog geen vijf minuten
later: een misslag en weer ondersteboven.
Eskimoteren lukte tot de helft. De tweede helft werd een soort parallelle
redding met een te hulp geschoten reisgenoot. Verder ging de tocht. Echter
ik had de bibbers en zat verkrampt in de boot. Nog een minuutje of tien het
alleen geprobeerd en toen heb ik toch hulp in moeten roepen.
De laatste paar kilometer ben ik gesleept.
Wat ging er mis? In theorie wist ik dat je de boot altijd moet vasthouden.
Toch deed ik het niet. Beetje dom dus. Na de tweede kentering dacht ik dat
er niet veel water in de boot was gekomen. Had beter even kunnen kijken en
de pomp kunnen vatten. Een plons water in de kuip maakt een van huis uit
wiebelige Sirius nog wiebeliger en oploeferig. Alweer een beetje dom dus.
Zelf denk ik dat ik toch in het verkeerde opleidingsgroepje terecht ben
gekomen. Niet waar, volgens Peter Grobee, Han en Arie. Juist door in dit
soort groepen de grenzen op te zoeken leer je veel. Wie ben ik om ze tegen
te spreken.
Maar wat heb ik dan geleerd? De belangrijkste les is dat alles wat onze
tochtleiders en al die anderen ervaren kanoërs beweren over veiligheid op
zee echt waar is. Er is geen woord overdreven. Zorg dat de spullen in orde
zijn, dat je in groepsverband vaart en bij elkaar blijft.
Weet ook wat je doet. Ik ga er verder hier niet uitgebreid op in, sla de
theorieboeken er maar op na. Een andere belangrijke andere les is dat het
weer onvoorspelbaar is. Allebei de dagen van het zeekamp ging het harder
waaien dan iedereen voorspelde. Ook is het erg belangrijk om je niet groter
voor te doen dan je bent. Dus als het niet meer gaat, laat dat dan de
anderen weten. Ook voor de gevorderde vaarder is het een namelijk een mooie
leerervaring om ‘het anker van de groep’ toch op de plaats van bestemming
aan de wal te krijgen.
Ondanks deze barre tocht naar Neeltje Jans ben ik niet genezen van mijn
prille ontluikende liefde voor het varen op zee. Maar een tochtje naar het
lichtschip Goedereede in augustus, waarvan ik dacht ‘dat is leuk’, laat ik
nu toch even aan mijn neus voorbijgaan. Eerst nog maar eens wat meer
ervaring op doen in de branding en met tochtjes in de buurt van veilige
stranden. Het lichtplatfom Goeree moet nog even geduld hebben. Ik kom wel,
maar iets later.
Een foto collage van deze tocht is te vinden op de website van
Peter Grobbee.
|
|

|
| |
|