Zondagochtend half acht. Samen met m’n
zwager vertrekken we richting Stellendam.
De avond ervoor hebben we de verjaardag van zijn vrouw gevierd en nog niet
helemaal uitgeslapen zitten we in de auto.
De eerste zonnestralen verlichten de weg voor ons. Op het dak ligt mijn
nieuwe kajak, een Lettmann Nordstern, klaar voor z’n zeedoop.
Als we voorbij Rotterdam zijn verdwijnen zowel de
slaperigheid als de zonnestralen. We rijden een mist in die ons de rest van
de dag zal vergezellen.
Stipt om negen uur arriveren we bij het verzamelpunt, de buitenhaven van
Stellendam. We zijn zo’n beetje de laatste die hier aankomen.
Zegt dit iets over onze timing of over het enthousiasme van de groep ? Ik
denk het laatste.
De groep is 33 man/vrouw groot en het plan is om gezamenlijk naar de
Hinderplaat, een zandbank voor de monding van de Haringvliet, te varen en
ons daar op te splitsen in 3 groepen.
Even voor elf uur liggen we allemaal in het water en vertrekken uit de haven
om verderop, dicht op elkaar varend, zo snel mogelijk, de mistige vaargeul
over te steken. Dit gaat zonder problemen.
Koersend richting de plaat komen we een leuk gedeelte tegen waar golven uit
verschillende richting onze kajak’s uit balans proberen te brengen.
Een van ons laat zich verrassen en een nat neopreenpak is het gevolg.
Op de (verwachte) lokatie van de Hinderplaat aangekomen blijkt deze te zijn
verdwenen. Hebben we ‘m gemist ?
Later hoor ik dat de plaat deze winter vermoedelijk deels is weggespoeld en
nu te laag ligt om droog te vallen.
Slalommend in noordelijke richting zoeken we dan ook
tevergeefs verder. Op een gegeven moment wordt duidelijk dat de man met het
natte pak zit te klappertanden in zijn kajak en tekenen van onderkoeling
begint te vertonen. Besloten wordt om naar het strand te varen voor een
pauze.
Op het strand wordt gekozen voor een korte pauze, even snel iets warms
drinken, wat eten en weer verder. Voordat we de branding in gaan splitsen we
op in drie groepen en onze groep gaat, onder leiding van Mark en Han, met de
onderkoelde op zoek naar een strandtent vanwaar hulptroepen hem komen
ophalen. De strandtent is vanuit de kajak niet te lokaliseren maar op 50
meter afstand ervan landen we keurig op het strand. Op dat moment hadden we
volgens de GPS van een van ons inmiddels ruim achttien kilometer gevaren in
ruim drie en een half uur.
Het nuttige werd hier met het aangename verenigd en na de appeltaart met
slagroom vaarden we met een koers van 240° richting de vuurtoren.
Minder aangenaam was dat onderweg naar de vuurtoren nog een paar kajaks zijn
omgegaan, nog minder aangenaam was dat ik daar één van was. Bij een mislukte
puntjesredding ontdekte ik dat mijn nieuwe kajak toch eerder uit balans is
dan ik had verwacht.
Na de X-reddingen werd de tocht weer voortgezet, onderweg werd door Han nog
met de vuurtoren gebeld i.v.m. het passeren van een hopperzuiger die het
strand van Goeree Overflakkee van nieuw zand voorziet. De vraag komt bij me
op of deze hopper misschien verantwoordelijk is voor het verdwijnen van de
Hinderplaat.
Voorbij de vuurtoren koersen we naar het zuiden, de
golfhoogte neemt af en ik begin te ontdekken dat óf mijn conditie voor dit
kajakseizoen nog niet op peil is óf dat ik de dag voorafgaande aan een
kajaktocht niet drie uur op de tennisbaan moet gaan staan. Hoe dan ook, als
we het Springersdiep binnenvaren vind ik het wel mooi geweest voor vandaag
en besluit geen hogesteun e.d. meer te oefenen.
Na circa dertig kilometer varen laden we de kajaks op de auto, kleden ons
om, schudden handen, bedanken de organisatie en vernemen van de onderkoelde
dat hij niet langer onderkoeld is. Na een snelle snack bij “het Piertje”
rijden we Zeeland en de mist uit, naar huis waar de familie wel de hele dag
van de zon maar niet van de zee heeft genoten.
Een foto impressies van deze zeer bijzondere tocht zijn te vinden op onze
foto collages.